Jozef Rulof wandelroute ‘s-Heerenberg 
26. Molenpoortstraat 48
“Ze gaan nu huiswaarts. Bernard loopt voorbij de borstelfabriek en ook dat kan nog even worden verteld en dan kent Jeus heel ’s Heerenberg… Héél deze streek, alles van zijn eigen stad”
In 1892 werd in ‘s-Heerenberg de “Nederland-Duitse Borstel- en Kwastenfabriek” gevestigd van de Emmerikse firma Heiming-Bocks & Schulte, later Heiming-Schülte & Co geheten. De Borstelfabriek vestigde zich aan de Muntwal, vroeger Noordwal genoemd. Borstelfabricage was de enige industrie die ‘s-Heerenberg indertijd rijk was. Als meester-borstelmakers werden vakmensen uit Duitsland aangetrokken. Zo kwamen bijvoorbeeld als werkmeesters Robert Dünnwald en Johann Hubert Stein. (Beiden vernoemd in ‘Jeus van Moeder Crisje dl2, zij het dat Dünnwald als ‘Lumwald’ wordt omschreven)
In 1911 kreeg de fabriek het recht het koninklijk wapen te voeren. Het was toen in deze branche het grootste bedrijf. Rond die tijd werkten er ongeveer 130 mensen, waaronder 28 kinderen jonger dan zestien jaar, te weten twee meisjes en 26 jongens. Een van hen was Jozef Rulof die zijn nogal bittere ervaringen bij de Bösselhut beschreef in zijn autobiografische Jeus van moeder Crisje.
De fabriek groeide in de begintijd meteen voorspoedig en werd al snel te klein. Na enkele jaren werd daarom een heel nieuw pand aan de Molenpoortstraat betrokken, op de plaats waar thans het winkelcentrum Molenpoort is gelegen. De oude fabriek werd verbouwd tot volkswoningen. Het geheel werd in de jaren 1940-1941 gesloopt om plaats te maken voor de woningen die er nu nog staan.
Foto: De (nieuwe) Borstelfabriek aan de Molenpoortstraat
