Jozef Rulof wandelroute Arnhem 
6. Wilhelminastraat 16
“Mijn hemel, Jeus, weet je nu nog niks? Niet uit Duitsland, maar uit de gevangenis, dicht in zijn omgeving leeft zijn liefde, Irma zit in de ‘koepel van Arnhem’ op hem te wachten”
De Nederlandse regering had begin augustus 1914 langs de zuidgrens een staat van beleg afgekondigd. Een aantal weken daarna gebeurde hetzelfde aan de oostgrens, mede om smokkelen tegen te gaan.
De almaar slechter wordende leefomstandigheden in Duitsland, door gebrek aan levensmiddelen aangejaagd door de geallieerde blokkade, maakte veel Duitsers – met name vrouwen en kinderen – wanhopig en zette hen aan tot het inkopen en smokkelen van levensmiddelen over de grens.
Aan onderschepte illegale grensgangers zou, naast hun uitzetting, ook het verblijf in het grensgebied worden ontzegd: terugkeer werd strafbaar met maximaal enkele maanden cel. Deze bepaling bleek al snel zo succesvol dat Justitie het aanbod aan te vervolgen vreemdelingen niet meer kon bijhouden.
Elly en Irma probeerden terug te keren naar Duitsland ondanks dat de oostgrens nagenoeg gesloten was; Irma schrijft hem “dat zij en Elly op de driehonderd meter zijn gegrepen. Die vervloekte driehonderd meter zijn er nog. Ze wilden naar huis gaan, maar liepen op verboden grond en zitten thans in de gevangenis”
Foto: Koepel gevangenis aan de Wilhelminastraat.
